Met glazen bol in de cloud

Op het jaarlijkse KBenP-event, onlangs in Scheveningen, sprak Atle Skjekkeland, vice-voorzitter van de AIIM over trends en voorspellingen in ons vakgebied. Behalve dat hij een begenadigd en amusant spreker is, wist hij met zijn verhaal en vintage afbeeldingen van o.a. advertenties uit de vorige eeuw goed duidelijk te maken hoezeer we ons vaak vergissen in voorspellingen. Zelfs als die de zeer nabije toekomst betreffen. Niet voor niets was zijn verhaal getiteld “Flying cars and cool uniforms, The future for informationworkers”. Volgens marketing guru Seth Godin is dat namelijk wat de menselijke geest zich kan voorstellen bij de toekomst: precies als het heden, maar dan met vliegende auto’s en coole uniformen.

Ik denk dat dat verhaal heel relevant is voor de beelden die we zelf hebben van het informatievak de komende jaren. Vanuit de archiefsector en het informatieveld, de ict krijgen we scenario’s voor de toekomst aangedragen, of, als er ook commerciële belangen mee zijn gemoeid: opgedrongen. Maar Skjekkelands lezing toonde mooi aan dat nieuwe ontwikkelingen, ook als ze grote impact hebben op de samenleving, tot het laatste moment onopgemerkt blijven. Zo bleef najaar 1988 de uitvinding, of doorbraak, van het internet een jaar later nog geheel onopgemerkt in een coverstory van Newsweek (met een foto van een jeugdige Steve Jobs, dat dan weer wel). Ook ontbrak juist de mobiele telefonie in een rijtje voorspellingen over telecommunicatie uit 1989. En als er twee technologische ontwikkelingen zijn geweest die de wereld hebben veranderd, de afgelopen twintig jaar, dan zijn het wel internet en mobiele telefonie.

Ondanks de nadruk van Skjekkeland op wat NIET voorspeld kon worden, weet hij wel dat cloudcomputing de toekomst heeft. Evenals de doorontwikkeling van de sociale media. En de manier waarop deze nieuwe vormen van online en mobiele communicatie op termijn ook email lijken te verdringen als communicatiemiddel. Vorig jaar werd al geconstateerd dat sociale netwerken sneller groeien dan gebruik van webmail.

Wat betekent dat voor de archiefgemeenschap? Een geluk bij een ongeluk is dat we in ieder geval nog oplossingen mogen bedenken voor de problemen van gisteren. Emailarchivering is bijvoorbeeld zo’n issue in alle organisaties waar ik actief ben geweest en zelden heb ik het adequaat zien worden opgelost. Archiveringsoplossingen sluiten niet altijd prettig aan op emailsoftware of laten  een ruime mate van vrijheid aan de eindgebruiker. En ondanks de voorspellingen omtrent de waardering van email ten opzichte van sociale media, zie ik een dekkende oplossing voor emailarchivering voor de komende jaren nog als een noodzakelijke aanvulling op digitale archiveringsoplossingen.

Maar verontrustend is dan wel de snelheid – of eigenlijk het gebrek daaraan – waarmee de archief- en informatiegemeenschap passende technische en organisatorische oplossingen voor reeds langer bestaande problemen weet te introduceren en doorvoeren. Of we na het emailtijdperk (zouden we daar straks van spreken?) veel relevante emails gaan terugvinden in archieven is geen vraag, weet iedereen die met (overheids-)archivering van doen heeft. Terwijl email toch ook al meer dan twintig jaar gemeengoed is. Net zo iets geldt de introductie van e-depots voor langdurige opslag van digitaal archief. Met die ontwikkeling, vanuit verschillende archiefinstellingen, was in Nederland zo’n tien jaar gemoeid. Inmiddels liggen er plannen voor een landelijke doorontwikkeling. Zijn we in staat te anticiperen op ontwikkelingen, waarvan we slechts een deel (gebruik sociale media, cloudcomputing) wel zien aankomen binnen afzienbare tijd? Zoals er voor de ontwikkeling van edepots financiële middelen beschikbaar waren, zal er voor deze zaken permanent ruimte moeten zijn.

 
Reacties

Nog geen reacties.

Schrijf een reactie